Na de diagnose prostaatkanker is vaak verder onderzoek nodig. Hiermee stelt de arts vast hoever de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Zo kan hij bepalen welke behandeling het meest geschikt is. U kunt de volgende onderzoeken krijgen:

  • lymfeklierverwijdering
  • botscan
  • CT-scan
  • MRI

Lymfeklierverwijdering

Blijkt uit onderzoek dat er een grote kans is op uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de prostaat? Dan verwijdert de arts deze lymfeklieren voor verder onderzoek. Dit kan alleen als er geen uitzaaiingen in andere organen zijn. Een ander woord voor lymfeklierverwijdering is lymfeklierdissectie.

Meestal verwijdert de arts de lymfeklieren via een kijkoperatie. Een andere naam hiervoor is laparoscopie. U gaat voor de kijkoperatie onder narcose. U wordt 1 of 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen. Tijdens de operatie maakt de arts een aantal kleine sneetjes in uw buik. Door 1 sneetje brengt hij een kijkbuis in uw buik. Deze buis heet een laparoscoop. Door de andere sneetjes brengt hij operatie-instrumenten in uw buik om de lymfeklieren mee te verwijderen.

De patholoog onderzoekt na de operatie het weggenomen weefsel onder de microscoop. Gevolgen – Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan. Ook bij een kijkoperatie. U kunt na deze operatie last krijgen van:

  • een nabloeding
  • ontsteking van de wondjes
  • trombose: een bloedpropje in de bloedvaten

U hoeft niet bang te zijn voor zwelling van de benen door lymfoedeem na het verwijderen van deze lymfeklieren.

Botscan

Met een botscan kan de arts mogelijke uitzaaiingen en andere afwijkingen in de botten zien. Een andere naam voor botscan is skeletscintigrafie. U ligt tijdens de scan op een onderzoekstafel. Een camera beweegt langzaam over u heen. Voor dit onderzoek krijgt u in een bloedvat in uw arm een radioactieve stof ingespoten. Na 3 tot 4 uur zit deze stof in uw botten. Dan maakt de arts foto’s. De hoeveelheid radioactiviteit die gebruikt wordt is klein. Hierdoor zijn geen schadelijke effecten te verwachten. Contact met anderen is gewoon mogelijk.

In de tijd dat u moet wachten totdat de radioactieve stof is opgenomen, kunt u van de afdeling af. 2 dagen na het onderzoek is de radioactieve stof bijna helemaal uit uw lichaam verdwenen.

CT-scan

Een CT-scan brengt organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld. Bij het maken van een CT-scan gebruikt de arts röntgenstraling en een computer. De afkorting CT staat voor computertomograaf. U ligt voor dit onderzoek op een beweegbare tafel. Het apparaat heeft een ronde opening waar u doorheen schuift. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto’s waarop telkens een ander stukje van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze doorsneden geven een beeld van de plaats, grootte en uitgebreidheid van de tumor en/of uitzaaiingen.

Contrastvloeistof

Voor het maken van duidelijke foto’s is vaak contrastvloeistof nodig. Meestal krijgt u deze vloeistof tijdens het onderzoek in een bloedvat in uw arm gespoten. Contrastvloeistof kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. Om ervoor te zorgen dat u hier zo min mogelijk last van heeft, kunt u beter een paar uur voor het onderzoek niet eten en drinken.

Er zijn mensen die overgevoelig zijn voor de contrastvloeistof. Denkt u dat u eerder zo’n overgevoeligheidsreactie heeft gehad? Zoals koorts, zweten of duizeligheid? Meld dit dan voor het onderzoek aan uw arts. Misschien kunt u dan een MRI krijgen.

MRI

Een MRI werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. De techniek maakt dwars- of lengtedoorsneden van uw lichaam zichtbaar. Zo kan de arts een tumor en/of mogelijke uitzaaiingen zien. MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Sommige mensen vinden dit benauwend. Sommige MRI-apparaten maken nogal wat lawaai. Hiervoor krijgt u oordopjes in. U kunt soms ook naar uw eigen muziek luisteren. Via de intercom blijft u altijd in contact met de arts. Hij is tijdens het onderzoek in een andere ruimte. Soms spuit de arts tijdens het onderzoek contrastvloeistof in via een bloedvat in uw arm.

Stadium-indeling

De arts stelt u een behandeling voor. Hiervoor moet hij weten:

  • uit welke soort cellen de tumor is ontstaan
  • hoe agressief deze cellen zijn: de Gleason-score
  • wat het stadium van de ziekte is

Gleason-score

Bij prostaatkanker geeft de Gleasonscore aan hoe agressief de kankercellen zijn. Deze score is een getal tussen 6 en 10. Hoe minder de kankercellen lijken op normaal prostaatweefsel, hoe hoger dit getal. En hoe kwaadaardiger de tumor.

Stadium

Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts stelt het stadium vast. Hij onderzoekt hiervoor:

  • De hoeveelheid PSA in uw bloed (zie het hoofdstuk Onderzoek voor de diagnose).
  • Hoeveel prostaatweefsel is aangedaan door kankercellen.
  • Of de tumor door het kapsel van de prostaat is gegroeid en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen.
  • Of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam.

Met de Gleason-score en de stadium-indeling schat de arts de vooruitzichten in. En bepaalt hij welke behandeling(en) hij u kan adviseren.

Spanning en onzekerheid

Het kan een tijd duren voordat u alle onderzoeken heeft gehad en de arts een definitieve diagnose kan stellen. Waarschijnlijk heeft u vragen over uw ziekte, het mogelijke verloop daarvan en de behandelmogelijkheden. Vragen die tijdens de periode van onderzoek nog niet te beantwoorden zijn. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen. Zowel bij u als bij uw naasten. Het kan helpen als u weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Vraag er gerust naar op de afdelingen waar u de verschillende onderzoeken krijgt.